AMERIKA TEGEN EUROPA

Toen de auto zich vanaf het einde van de negentiende eeuw begon te ontwikkelen, gebeurde dat op twee gescheiden fronten: Amerika en Europa. Dat kwam geheel en al door de aanwezigheid van de Atlantische Oceaan, die als een isolerende laag tussen de twee continenten in ligt. Let wel: je deed er destijds minimaal een maand over om je race-auto naar de andere kant te transporteren! Sommigen deden dat inderdaad en verkochten na de race meestal ter plekke hun auto. 

De autosport werd dus op twee manieren volwassen. Terwijl in Europa werd gekozen voor wegcircuits, namen de Amerikanen een andere afslag: die van oval racing. Daar is de 500-mijlsrace van Indianapolis de onomstreden ‘race van het jaar’. Kan deze ‘Amerikaanse Formule 1’ zich in historisch, technisch en innovatief opzicht meten met die van ons?

In dit document wordt, verdeeld over circa zeventig blogs, de historie van de Amerikaanse autosport uitgezet tegen de historie van ‘Europese’ autosport. De eerste aflevering van deze serie verscheen op 16 oktober. De laatste komt uit op 25 mei –  niet toevallig de dag vóór de ‘eerstvolgende  Indy 500’.   

 

1915

Deze nietig ogende Indianapolis-deelnemer (merk: Cornelian) was de eerste auto met een semi-monocoque-chassis, licht en sterk en zonder inwendige versterkingsconstructies – zeg maar een eierschaal met een gat aan de bovenkant voor de coureur. Een eeuw later wordt dit principe nog steeds in Formule 1-auto’s toegepast.. Voor het eerst vertoond in jachtvliegtuigen uit de Eerste Wereldoorlog.

 

 

1939

 

Ferdinand Porsche ontwierp voor Auto Union vanaf 1934 een reeks succesvolle Grand Prix-auto’s, met als voornaamste kenmerk de achterin liggende motor. 1939. Deze Amerikaanse Miller was overduidelijk een poging om die Auto Union na te bouwen maar dan beter: met schijfremmen (vijftien jaar vóór de Formule 1) en vierwielaandrijving (dertig jaar vóór de Formule 1). Teveel innovaties tegelijk en de Tweede Wereldoorlog hielp ook niet mee. Het project faalde dus jammerlijk.

 

 

1948

 

U dacht dat de Tyrrell P34 van 1976 de eerste serieuze race-auto met zes wielen was? Deze Kurtis Kraft had niet alleen vier achterwielen maar ook vierwielaandrijving op die vier achterwielen! March probeerde dertig jaar later hetzelfde, maar dat was alleen om potentiële sponsors te lokken. Deze auto heeft echt geracet. Op Indianapolis!

 

 

1955

Waarom zou de cockpit van een Formule 1-auto geen aerodynamisch dak mogen hebben? Geen reglement dat het (toen) verbood. Twee deelnemers aan de ‘Indy 500’ probeerden het uit. Pas twee jaar later werd dit ook in de Formule 1 getest, maar het beviel voor geen meter. De cockpit was klankkast en broeikas tegelijk – niet te harden voor de coureur dus.

 

 

1961

Hoezo Indianapolis niet innovatief? Deze ‘Mad Dog IV’ (alleen de naam al …) was een orthodoxe Indy-kar vermomd als vliegtuig. Hiermee werd op de kombaan van Daytona met 292 km/h een fenomenaal wereldsnelheidsrecord voor permanente circuits gevestigd. Het ding steeg niet op, dus de ontwerper moet van het fenomeen ‘downforce’ hebben geweten. Waarom duurde het dan zo lang voordat de bollebozen van de Formule 1 dat doorkregen?

Wat kan Uitgeverij Autowoordenboek u bieden?